Je kledingkast inrichten doe je het handigst door eerst je kleding te sorteren en daarna voor elke soort een vaste plek te kiezen. Hang kleding die snel kreukt aan een roede, leg truien en shirts op planken en gebruik lades of bakjes voor kleine spullen.
De beste indeling hangt af van wat je draagt en hoeveel hang- en legruimte je nodig hebt. Meet daarom je kleding en de binnenkant van de kast voordat je planken verplaatst of organizers koopt.
Begin met sorteren en meten
Haal je kleding uit de kast en leg soort bij soort. Maak bijvoorbeeld stapels voor broeken, shirts, truien en sportkleding. Leg ondergoed en accessoires apart. Zo zie je hoeveel ruimte elke groep nodig heeft en voorkom je dat je een indeling maakt met te veel hangruimte of juist te weinig planken.
Leg kleding die je niet meer draagt apart. Stukken die niet meer passen of die je niet meer gebruikt, hoeven geen plek in de kast te krijgen. Maak de lege planken en lades schoon voordat je alles teruglegt.
Meet vervolgens de breedte, hoogte en diepte aan de binnenkant van de kast. Laat bij het indelen ruimte voor scharnieren en voor het helemaal openen van lades en deuren. Heb je brede hangers of dikke jassen? Gebruik dan een kast die diep genoeg is om de deuren te sluiten. Voor dikke jassen is een kastdiepte van ongeveer 60 centimeter een bruikbare richtlijn.
De kledingkast inrichten met hang- en legruimte
Verdeel de beschikbare ruimte op basis van je eigen kleding. Draag je vooral overhemden en jurken, dan heb je meer aan een roede. Bestaat je garderobe vooral uit shirts en truien, dan zijn planken en lades vaak handiger.
- Hangruimte: geschikt voor overhemden, blouses, jurken, colberts en kleding die snel kreukt. Laat wat ruimte tussen de hangers, zodat je kleding makkelijk terughangt.
- Legplanken: handig voor jeans, shirts en truien. Maak geen hoge stapels: dan kun je een kledingstuk pakken zonder de rest om te trekken.
- Lades: prettig voor ondergoed, sokken en sportkleding. Met verdelers blijven de verschillende soorten van elkaar gescheiden.
- Hoge vakken: bruikbaar voor kleding en spullen die je weinig nodig hebt. Zet ze in een doos die je veilig kunt pakken.
- Onderin de kast: geschikt voor schoenen of tassen, zolang je er goed bij kunt en ze schone kleding niet raken.
Zware gebreide truien kun je beter opvouwen dan ophangen. Aan een hanger kunnen ze uitrekken. Broeken kun je juist ophangen of opvouwen: kies de manier die in jouw kast het meeste overzicht geeft.
Zo bepaal je de hoogte van een kledingroede
Er is geen vaste ideale hoogte voor iedere kledingroede. Hang je langste kledingstuk aan een hanger en meet vanaf de bovenkant van de hanger tot de onderkant van het kledingstuk. Tel daar wat ruimte bij op, zodat de stof de plank of bodem niet raakt. Houd ook boven de roede ruimte vrij om hangers erop te zetten en eraf te halen.
Voor korte kleding, zoals shirts en blouses, kun je soms twee roedes boven elkaar plaatsen. Plaats de roedes zo dat de kleding aan de bovenste roede niet over de onderste hangt. Een hoge roede biedt extra ruimte, maar is minder handig als je er niet goed bij kunt. Een garderobelift, waarmee je de roede naar beneden trekt, kan dan een oplossing zijn.
Een praktische plek voor elke kledingsoort
Leg kleding die je vaak draagt op grijphoogte. Zo hoef je niet steeds te bukken of een doos van een hoge plank te pakken. Kleding voor een ander seizoen kan bovenin of achterin, mits je die plek veilig kunt bereiken.
Leg shirts bij shirts en broeken bij broeken. Je kunt binnen een groep ook op kleur of gebruik sorteren, bijvoorbeeld werkkleding naast elkaar. Kies een volgorde die je zelf makkelijk onthoudt. Een mooie kleurvolgorde helpt weinig als je daarna niet meer weet waar je sportkleding ligt.
Vouw kleding in een lade zo dat je de stukken van bovenaf kunt zien. Op een plank werken lage stapels vaak beter. Is een plank erg diep? Leg dan vooraan wat je regelmatig draagt en achteraan kleding die je minder vaak gebruikt.
Meer overzicht met organizers en extra planken
Opbergers kunnen een kledingkast overzichtelijker maken, maar ze nemen zelf ook ruimte in. Meet een vak of lade daarom eerst op. Gebruik een doos die door de opening past en die je ook uit een gevulde kast kunt halen.
- Ladeverdelers houden sokken, ondergoed en riemen apart.
- Dozen of manden zijn handig voor accessoires en seizoenskleding. Met een label zie je wat erin zit.
- Een hangende organizer voegt vakken toe aan een roede, maar neemt ook ruimte voor hangers weg.
- Een extra plank kan een hoog vak beter bruikbaar maken. Ondersteun de plank goed.
Koop niet voor elk vak meteen een organizer. Richt de kast eerst in met wat je al hebt. Daarna zie je waar spullen door elkaar raken en welke indeling echt iets toevoegt.
Een bestaande kledingkast aanpassen
Ook zonder nieuwe kast kun je de indeling vaak verbeteren. Verplaats planken die op andere hoogtes geplaatst kunnen worden. Een hoog vak voor lage stapels kun je bijvoorbeeld opdelen, terwijl je voor een stapel dikke truien juist wat meer hoogte nodig hebt.
Een extra roede kan handig zijn als je veel korte kleding ophangt. Laat genoeg ruimte over voor de hangers en de kleding eronder. Bevestig een roede of plank stevig en stem het gewicht af op wat de bevestiging en kastwand kunnen dragen.
Bij een kast onder een schuine wand zijn lage vakken geschikt voor schoenen, gevouwen kleding of dozen. Bewaar het hoogste deel voor lange kledingstukken. Plaats bij een kast met schuifdeuren de lade zo dat die niet achter een dicht deel van de deur vastzit.
Veelgestelde vragen over een kledingkast inrichten
Wat is de ideale kastindeling?
Dat is een indeling waarin je dagelijkse kleding makkelijk kunt pakken en terugleggen. De verhouding tussen planken, lades en roedes hangt af van je garderobe. Begin daarom met tellen en sorteren voordat je de kast indeelt.
Hoe richt je een kleine kledingkast in?
Gebruik de hoogte voor kleding die je weinig draagt en kies lage stapels of ladeverdelers voor de rest. Hang alleen op wat je graag hangend bewaart. Zo blijft er ruimte over voor gevouwen kleding.
Hoe richt je een inloopkast in?
Deel de kastruimte op dezelfde manier in: kleding die je vaak draagt binnen handbereik, langere kleding aan een hoge roede en kleine spullen in lades of bakjes. Laat genoeg ruimte vrij om bij de vakken te kunnen. In een open kast is kleding zichtbaarder, maar kan er ook sneller stof op komen.
Hoe houd je de indeling netjes?
Geef elke kledingsoort een vaste plek en leg schone was direct terug. Merk je dat een stapel steeds omvalt of een lade niet goed sluit, pas die plek dan aan. Een indeling hoeft er niet alleen netjes uit te zien, maar moet ook passen bij hoe je de kast gebruikt.
Richt de kast zo in dat je de kleding achterin kunt bereiken en deuren en lades soepel sluiten. Blijft er wat ruimte over tussen de stapels en hangers, dan is de kledingkast ook na de volgende wasbeurt makkelijker netjes te houden.





