Smalle slaapkamer inrichten met een slimme indeling

smalle slaapkamer inrichten

Een smalle slaapkamer inrichten begint bij de plek van het bed en een vrije looproute. Zet het bed zo dat je er prettig in en uit kunt, kies meubels die niet ver uitsteken en benut de korte wanden om de lange vorm van de kamer in balans te brengen.

Smalle slaapkamer inrichten begint met meten

Meet de breedte en lengte van de kamer en teken de deur, het raam en de radiator op een plattegrond. Meet daarna je bed en andere meubels op, inclusief het bedframe. Een matrasmaat alleen is niet genoeg: het frame kan breder en langer zijn.

Houd ook rekening met openslaande deuren, kastdeuren en lades. Een meubel kan op papier passen, maar alsnog de doorgang blokkeren zodra je het gebruikt. Plak de omtrek van het bed eventueel met schilderstape op de vloer. Zo zie je voordat je gaat schuiven hoeveel ruimte er overblijft.

De beste plek voor het bed in een smalle kamer

Staat het hoofdeinde tegen een korte muur, dan loopt het bed in de lengterichting van de kamer. Bij een breed genoeg vertrek kun je aan beide kanten ruimte overhouden. Is de kamer daarvoor te smal, dan kun je het bed tegen een lange muur schuiven en de ruimte aan één kant als doorgang gebruiken.

Een rekenvoorbeeld: is de kamer ongeveer 240 centimeter breed en het bedframe 160 centimeter, dan blijft er samen 80 centimeter over. Zet je het bed in het midden, dan is dat ongeveer 40 centimeter aan elke kant. Schuif je het tegen de wand, dan ontstaat aan de andere kant een doorgang van ongeveer 80 centimeter. Controleer wel of je zo nog bij de deur en het raam kunt.

Je kunt het hoofdeinde ook tegen een lange wand zetten, zodat het bed dwars door de kamer staat. Dat kan de langgerekte vorm doorbreken, maar alleen als er aan het voeteneinde genoeg ruimte overblijft om langs te lopen. Een bed dat de kamer volledig afsluit, maakt het achterste deel lastig bereikbaar.

Kies meubels die de doorgang vrijlaten

In een smalle slaapkamer merk je het verschil tussen een diep meubel en een ondiep meubel meteen. Zet daarom eerst het bed op zijn plek en kijk daarna welke ruimte overblijft voor de rest.

  • Naast het bed: een smal of zwevend nachtkastje biedt plek voor je telefoon en een glas water, zonder dat het veel vloeroppervlak inneemt.
  • Langs de wand: kies een ondiepe kast of wandplanken als een diepe kast de looproute te smal maakt.
  • Bij de kast: schuifdeuren hebben geen ruimte nodig om open te draaien. Controleer wel of je ook voor de open kast prettig kunt staan.
  • Onder het bed: lades zijn handig, mits je ze ver genoeg kunt uittrekken. Anders zijn dozen die je aan het voeteneinde pakt praktischer.

Heb je een werkplek nodig, dan kan een inklapbaar blad langs de muur passen. Meet ook de ruimte voor de stoel: een smal blad helpt weinig als je de stoel niet kunt aanschuiven of er niet langs kunt lopen.

Doorbreek het lange, smalle effect

Een donkerdere kleur op de korte achterwand kan die wand dichterbij laten lijken. Houd de lange wanden bijvoorbeeld licht als je een rustige uitstraling wilt. Je hoeft niet voor wit te kiezen: ook zachte warme tinten kunnen de kamer licht laten aanvoelen.

Een spiegel aan een lange wand kan licht weerkaatsen en de kamer optisch breder laten lijken. Kijk vooraf wat erin wordt weerspiegeld. Een drukke kledinghoek kan door de spiegel juist extra zichtbaar worden.

Wandlampen naast het bed houden het nachtkastje vrij. Zorg dat ze niet uitsteken op de plek waar je loopt. Houd ook de vloer en de route naar het raam zo veel mogelijk vrij: juist in een lange, smalle slaapkamer maakt dat de indeling prettig in gebruik.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *